Bereidingen

Bereidingen

Bereidingen

Kruidenmiddelen kunnen op veel verschillende manieren worden gemaakt en gebruikt. De chemische samenstelling van deze bereidingen kan aanzienlijk verschillen, ook als deze van exact hetzelfde plantmateriaal worden gemaakt.

Natieve bereiding: als uitsluitend het zuivere, verse plantmateriaal wordt gebruikt.

Perssap: het sap dat verkregen wordt door het uitpersen van het verse plantmateriaal (bladeren, bloemen, vruchten of wortels), al dan niet gesneden en/of gemengd met water. Perssap moet snel na productie worden geconsumeerd, omdat de houdbaarheid erg kort is. Deze kan verlengt worden door verhitten, maar daarbij kunnen waardevolle enzymen geïnactiveerd worden.

Kruidenpoeder: poeder dat gemaakt wordt door gedroogde kruiden eerst te vermalen en vervolgens te verpulveren (meestal in een vijzel).  

Aftreksel: men werpt de voorgeschreven hoeveelheid planten of het mengsel in kokend water, laat dit 5 à 10 minuten trekken.

Opgieten: bij het opgieten worden de betreffende plantendelen met heet water overgoten. Meestal laat men het plantmateriaal circa 5 à 10 minuten trekken, terwijl men af en toe omroert. Afhankelijk van de temperatuur van het water en de duur van het trekken, lossen de aanwezige bestanddelen in het water op. Bij kruiden met etherische oliën dient het trekken afgedekt plaats vinden, om verlies van deze vluchtige bestanddelen zo veel mogelijk te voorkomen.

Afkooksel (decoct): de hardere of taaie delen van het kruid (houtachtige delen, schors, wortels) worden aan de kook gebracht met water en gebruikelijk is om dit mengsel circa 5 à 10 minuten te laten doorkoken. Vervolgens wordt het mengsel gezeefd en warm of koud gedronken. Decocten kunnen alleen worden gemaakt van planten die ook bij hitte hun werkzaamheid niet verliezen.

Verlengd infuus: een half uur trekken met water van 90 – 100 graden Celsius. Aangezien door enzymatische en oxidatieve invloeden de werkstoffen van waterige bereidingen relatief snel worden afgebroken, moeten deze direct na bereiding geconsumeerd worden.

Maceraat: een “koud” aftreksel in water bij 15 tot 25 graden Celsius. Maceratie in water wordt voornamelijk gebruikt bij kruiden met veel slijmstoffen (zoals hoornklaver, heemst of lijnzaad), omdat deze hun werkzaamheid verliezen bij verwarmen. Ook wordt dit gebruikt bij planten die stoffen die bij verhitten of koken prikkelende substanties vrijgeven. De tijdsduur voor het maken van een maceraat kan variëren van minuten tot zelfs weken.

Digeraat: wordt op dezelfde wijze gemaakt, alleen is de temperatuur van het water daarbij 35 tot 45° C.

Siroop: aftreksel van meestal vers (maar soms ook gedroogd) plantmateriaal dat enkele weken in suikersiroop mag macereren en vervolgens wordt afgezeefd. Soms worden ook aftreksels, afkooksels, tincturen of plantensappen gemengd met de suikeroplossing en verwarmd tot alles opgelost is. Soms wordt in plaats van suikersiroop ook honing gebruikt. Bekende voorbeelden van medicinale siropen zijn tijmsiroop, dat een bekende middel tegen hoesten is, en venkelsiroop.

Tinctuur: een aftreksel van meestal vers (maar soms ook gedroogd) plantmateriaal in een mengsel van water en ethanol. Het alcoholpercentage bedraagt gewoonlijk 40 à 60%, in sommige gevallen zelfs 90%. Tincturen worden meestal volgens het voorschrift van een farmacopee geproduceerd.

Vloeibaar extract: aftreksel van meestal vers (maar soms ook gedroogd) plantmateriaal in een mengsel van water en alcohol, waarbij door filtering of destillatie een deel van de alcohol wordt verwijderd. De overgebleven alcohol fungeert dan als conserveermiddel. Het alcoholpercentage van vloeibare extracten is daardoor lager dan dat van tincturen, waardoor het plantmateriaal sterker geconcentreerd is.

De behandeling met kruiden voor de meeste chronische ziekten is 25-35 dagen. Herhaling van de keur wordt voorgeschreven na 10-15 dagen pauze, maar niet meer dan 2 gangen na de primaire behandeling. In sommige gevallen, om het verlies van de helende kracht van de kruiden te vermijden, kan de samenstelling van de kruiden worden veranderd op andere kruiden met dezelfde werking.

Alle recepten met inwendige doseringen werden gerekend op de volwassenen. Daarom voor de kinderen van 1 tot 3 jaar, dient de dosering te worden verminderd tot 3-5 keer, voor de kinderen vanaf 3 jaar, verminder de dosering tot 2-3 keer, voor de kinderen van 7 tot 14 jaar tot 1,5-2 keer.

In de eerste week van de inwendige behandeling met kruiden, de dosering wordt gehalveerd in vergelijking met aanbevolen dosering. Dit zorgt ervoor dat het lichaam wordt gewoon voor de kruiden. Vanaf de tweede week, als het lichaam kan de kruiden goed verdragen, wordt overgegaan naar de volledige dosering. In de eerste dagen van inname van de infusies, tincturen en aftreksels van kruiden, bij sommige patiënten wordt soms opgemerkt een kleine verergering van de ziekte. De specialisten zeggen dat er echter geen reden is voor ongeroestheid, want het is alsof er een breuk is in het lichaam als gevolg van de werking van geneesmiddelen. Maar als het geneesmiddel duidelijk niet werkt, stopt u de keur en maak gebruik van andere methoden en voorschriften voor de behandeling.